Ethische vragen in de gezondheidszorg

VAN ARISTOTELES TOT ROKEN OP EIGEN KAMER

Hans Smit

In een vijftal lesavonden heeft Sanne Terpstra, geestelijk verzorger, een groep van acht geïnteresseerden, geloodst door de filosofie en ethiek van Aristoteles tot aan hedendaagse zorgethiek. Wat groot begon met diverse stromingen in de ethiek, werd steeds concreter: we spraken over de rol van de geestelijk verzorger, stonden stil bij zingeving en spiritualiteit in ons eigen leven, en verkenden vervolgens de dynamiek tussen onszelf en de ander, in zingeving, in gespreksvoering en in palliatieve zorg. De laatste avond sloten we af met een door onszelf ingebracht moreel dilemma, waarbij we konden ervaren hoe een moreel beraad zou kunnen werken.

 De colleges waren levendig en interactief, en Sanne gebruikte hierbij niet alleen theorie, maar ook een gedicht, schilderkunst of een citaat om de stof tot leven te brengen. Ik vond deze colleges niet alleen waardevol voor wie vertrouwd is met “Theologie voor Geïnteresseerden”, maar ook voor iedereen die in de zorg werkt of heeft gewerkt. Persoonlijk is bij mij vooral de term “de heilige ruimte” blijven hangen. Waar therapeuten zoals ik vaak inzetten op verandering, is de heilige ruimte voor de geestelijk verzorger de symbolische, veilige plek waarin mensen hun diepste gedachten, gevoelens, twijfels en existentiële vragen verkennen in een sfeer van respect en verbinding, zonder vooroordeel of vooropgezette antwoorden. Wie wil daar niet zijn?

 Tot slot eindigde Sanne Terpstra haar collegereeks met een mooi citaat van Rumi dat begon met: “Ik behoor geen enkele religie toe..”. Een perfecte samenvatting van haar werk als geestelijk verzorger – maar misschien ook voor veel meer dan dat.