door Fokko T. Oldenhuis, cursusleider themacollege 1
Het seizoen 2025-2026 begon -naast de eenjarige basiscursus – met het college Wie schreef de bijbel? Dat eerste college gold als een publiekstrekker. Niet één docent, maar vijf verschillende docenten. En geen maximum voor wat het aantal personen betreft. Ruim 40 cursisten schreven zich in. Het programma in oktober/ november zag er als volgt uit:
- De Dode Zeerollen en het ontstaan van de Bijbel, door dr. A.W. (Ayhan) Aksu.
- Bijbellezen met Origenes, door dr. F.J.H. (Freerk Jan) Berghuis.
- Methoden van Bijbeluitleg door de loop der eeuwen met het oog op de prediking, door
B (Bert) Altena. - Ontstaan en ontwikkeling van liturgische symbolen o.a. eucharistie, door drs.B. (Berend) Borger.
- Bijbelvertalen tot in lengte van dagen, door dr. J. (Jaap) van Dorp.
In het eerste college werd uiteengezet hoe totstandkoming van teksten – ook teksten die uiteindelijk de bijbel vormden- verband houdt met de tijd, waarin die teksten zijn ontstaan. De docent, Ayhan Aksu, nam ons mee in de zoektocht die tot de beroemde vondst van de Dode Zeerollen leidde. Het proces van het doorgeven van verhalen, van opschrijven, herschrijven, aanvullen en corrigeren, kwam heel dichtbij. Dat geldt niet minder voor bijbelfragmenten. Aksu maakte inzichtelijk dat de totstandkoming van oude teksten, een doorlopend proces is. Uiteindelijk gaan die dode teksten pas echt leven als je die in hun tijd wilt verstaan. Bijbelteksten maken daarop geen uitzondering.
Dát het ‘verstaan en uitleggen van teksten’ een proces is waarbij de relatie tussen auteur, tekst en lezer telkens weer van kleur verschiet, zag je eigenlijk elke avond terugkomen.
Vanaf de tweede avond werd de blik meer gericht op de teksten, die uiteindelijk de bijbel vormden. Het tweede college concentreerde zich qua bijbeluitleg op de tweede eeuw ná Christus. Opvallend is dat reeds in die periode tekstfragmenten op totaal verschillende wijze werden uitgelegd.
Al- of- niet- letterlijke- uitleg? was toen ook al een ‘hot item’. De docent, Freerk Jan Berghuis besprak met ons diepgaand op welke wijze Origenes tegen bepaalde schriftplaatsen aankeek. Aan de hand van teksten van Origenes nam Berghuis ons mee in de denkwereld van het allegorisch bijbellezen. Een allegorische uitleg is een interpretatie die ervan uitgaat dat een tekst of verhaal of gebeurtenis niet alleen letterlijk begrepen moet worden, maar ook een diepere, figuurlijke betekenis heeft.
In het derde college lag de focus wat de uitleg van de bijbel betreft meer op de periode ná de boekdrukkunst. In een helicopterview liet Bert Altena ons kennismaken met tal van uiteenlopende manieren waarop bijbelgedeelten worden verstaan. Uitvoerig stond hij stil bij het ontstaan van de historische kritiek die vanaf de 18de eeuw binnen de theologische wetenschapsbeoefening is ontstaan. Dat leidde ertoe dat men veel meer betekenis toekent aan de persoon van de auteur. En vooral de concrete omstandigheden waaronder de tekst geschreven is. In dat kader besprak Altena tevens het werk van Gadamer (1900-2002) en Derrida (1930-2004). Hij eindigde dat onderdeel met een citaat van Ben Vedder, De Schriften verstaan. Dat citaat komt erop neer dat de betekenis van een bijbeltekst nooit (!) definitief kan worden vastgesteld.
In het vierde college stond niet zo zeer het geschreven woord centraal, maar lag de focus op de vraag hoe in de loop der tijd de kerkelijke symbolen als doop en eucharistie zich hebben ontwikkeld. ‘Sacramenten zijn rituelen en rituelen spelen zich altijd af in een liminale ruimte. Doop en Avondmaal kunnen geen, voor eeuwig vastliggende vorm en inhoud hebben’, aldus Berend Borger.
Borger besteedde veel aandacht aan een z.i. bijzonder geschrift, de Didachè (dwz. Onderricht). Een vroegchristelijk geschrift, dat gerekend wordt tot de apostolische vaders. In 1873 ontdekt in een klooster in Constantinopel, geschreven in de 1e eeuw, maar uiteindelijk toch niet in de canon opgenomen….. Dopen in stromend water heeft de voorkeur, aldus de Didaché. Als dat niet mogelijk is ‘giet dan drie maal water over het hoofd, in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest’.
Het laatste college stond in het teken van het vertaal-proces. Het college werd gegeven door Jaap van Dorp, 30 jaar als bijbelwetenschapper verbonden aan het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap.
Er is, aldus Van Dorp, geen literair werk te noemen dat gedurende zo’n lange tijd en in zoveel talen vertaald is als de Bijbel. De eerste vertalingen van Hebreeuwse bijbelteksten werden in de derde eeuw v. Chr. in Alexandrië gemaakt door Joodse geleerden uit Jeruzalem ten behoeve van Griekssprekende Joden in Egypte.
Als Van Dorp één ding duidelijk maakte was het dit: dat vertalen nooit helemaal recht kan doen aan het origineel. Een vertaling is een uniek werk met een eigen gewicht. Van belang is voorts dat vertaalkeuzes goed moeten worden onderbouwd en voor de lezer inzichtelijk moeten worden gemaakt.
In 2014 zag de Bijbel in Gewone Taal het licht, een uitgave in eenvoudig Nederlands met een beperkte woordenschat en zinslengte. Het voordeel van deze uitgave is dat de vertaling voor veel lezers inhoudelijk goed te begrijpen is, een nadeel is echter dat de literaire kenmerken van het origineel minder aan bod kunnen komen dan men zou willen. Het debat over de manier waarop de Bijbel vertaald moet worden, en het wetenschappelijk onderzoek daarnaar zijn in het Nederlandse taalgebied dan ook nooit gestopt. Wereldwijd is de Bijbel anno 2025 in 733 talen beschikbaar. Dat houdt in dat bijna zes miljard mensen de complete Bijbel in hun eigen taal kunnen lezen.
Ik sluit dit verslag af met een citaat van Atze Landman, docent Oude Testament van TvG.
Ik geef het citaat met grote instemming door. Een antwoord op de vraag Wie schreef de bijbel? geeft het citaat niet. Wel de richting waarin je het antwoord kunt zoeken.
‘Ik ben tot het inzicht en de overtuiging gekomen dat de bijbel een verhaal vertelt dat van gerichtheid, zin en betekenis is. De bijbelverhalen zijn betekenisverhalen (curs.fto). Daar moet je naar op zoek. Dit inzicht is mede gebaseerd op de kennis en overtuiging dat de bijbel niet uit de hemel is komen vallen. Maar deze is het resultaat van mensen die eeuwenlang verhalen hebben verteld, doorverteld, herverteld en opgeschreven met een bedoeling en betekenis. Een eigen geloofsverhaal naast andere’.